André Stas

 

André Stas (1949-2023)

André Stas. Lachen om alles, vastberaden!

Stas is een productieve collagist en houdt zich bezig met allerlei onderwerpen, of ze nu politiek, literair, erotisch, dromerig of artistiek zijn. Hij beheerst de kunst van het opgraven van oude illustraties en het verzamelen van reclamefolders, populaire of serieuze dagbladen, mode- of pornomagazines. Zijn collagekunst is opmerkelijk nauwgezet, met een gevoel voor compositie waarin woordstromen en woordspelingen zijn verwerkt. Stas’ humor is over het algemeen zwart, met spot en subversie als sleutelwoorden. Hij straalt een bitterzoete ironie uit, die door zijn eeuwige grijns een echt levensbeginsel blijkt te zijn.

In zijn collages gebruikt André Stas graag de seriële benadering, met oversized hersenen die krioelen van duizend elementen en een reeks “likes” en “dislikes”. Stas put uit een breed scala aan artistieke en culturele bronnen en heeft ook de boeddhistische en hindoeïstische kunst van de mandala opnieuw bekeken, zoals deze Mandala van de Ars Longa Vita Brevis en deze Mandala du Décervelage uit de collecties Schone Kunsten van de Stad Luik (een verwijzing naar het “Chanson du Décervelage” van Alfred Jarry, schepper van Père Ubu en initiator van de “Patafysica”, “de wetenschap van imaginaire oplossingen”). Cirkels gegroepeerd rond een vierkant, bestaande uit verschillende motieven die naast elkaar zijn geplaatst, vormen een soort caleidoscoop die de kijker met plezier doorbreekt om elk element te ontdekken.

Stas schept er ook genoegen in om de grote meesters opnieuw te bekijken, ze te verdraaien en op hun kop te zetten. In de collage Hoe vaak en met wie?Het portret van kardinaal Fernando de Guevara door El Greco heeft een Francis Bacon make-over gekregen, waarbij het gezicht is vervangen door seksuele penetratie. Het werk maakt ook deel uit van een serie getiteld Scheetgezichten. Vulgariteit, zelfs obsceniteit, staat de komiek niet tegen.

De collages van André Stas worden internationaal geprezen, maar hij is ook de auteur van verschillende collecties aforismen. Als schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en illustrator is zijn boek Tussen de peren en de valse magiërs ontving in 2009 de Grand Prix de l’humour noir Xavier-Forneret. Na zijn studie Romaanse filologie aan de Universiteit van Luik, die hij afrondde met een proefschrift over aforismen, gaf Stas eind jaren zeventig het lesgeven op en gaf hij de voorkeur aan de tegencultuur. André Blavier (redacteur van de Écrits complets van René Magritte, auteur van de encyclopedie Les fous littéraires en een vriend van Raymond Queneau) stuurde hem in de richting van het Collège de ‘Pataphysique’, waar hij later, in de geest van dit aan Jarry gewijde genootschap, de titel ‘Regent van de Fundamentele Leerstoel voor Praktisch Werk over Geestelijke Vervreemding’ kreeg.

Zijn eerste tentoonstelling was in 1970 in de Gele galerie in Luik. Al snel kwam hij in contact met de nog steeds actieve leden van het surrealisme in België, zoals Louis Scutenaire, Irène Hamoir, Marcel Mariën, Tom Gutt en Claudine Jamagne, en werkte hij mee aan de verschillende publicaties van de groep. In Luik richtte hij in de jaren 1970 samen met Michel Antaki het Cirque Divers op, een broeinest van oneerbiedigheid in Luik, en programmeerde hij tentoonstellingen met de schilder Jean-Pierre Ransonnet. Later werd hij een van de kunstenaars-animatoren van Créahm/MadMusée. Zijn ontmoeting met het werk van Georges Perec zou beslissend blijken en als kunstenaar en schrijver werkte hij veel samen met Arrabal, Roland Topor, Jacques Charlier, Noël Godin, Jean-Pierre Verheggen, Glen Baxter en vele anderen. Kort voor zijn dood publiceerde hij een verzameling aforismen met La Pierre d’Alun, geïllustreerd door Benjamin Monti.

Emmanuelle Sikivie Kunsthistoricus/Speciaal assistent La Boverie

http://fr.wikipedia.org/wiki/Andr%C3%A9_Stas

Hoe vaak en met wie?